|
West-Vlaanderen is de enige Belgische provincie die aan kust gelegen is. Het westelijke en noordelijke deel van de provincie bestaat hoofdzakelijke uit de vlakke Polders, in het westen doorsneden door de rivier de IJzer, die in Nieuwpoort in de zee uitmondt. Het binnenland is minder vlak, en in het zuiden bevindt zich het West-Vlaams Heuvelland, met als hoogste top de Kemmelberg (156 m). Het zuidoosten van de provincie wordt doorsneden door de rivier de Leie, die verder naar Oost-Vlaanderen stroomt. In het uiterste zuidoosten wordt de provinciegrens door de Schelde gevormd.
Hoogste punt: Kemmelberg (156 m)
Belangrijkste waterlopen: IJzer, Leie, Mandel
Stedelijke gebieden beslaan 22,8% van de kadastrale oppervlakte, land- en tuinbouwgebied zo'n 68%. Dit laatste zorgt dan ook voor een open en landelijk karakter van de provincie. De provincie wordt niet gedomineerd door één grootstad, maar kent een stedenpatroon dat relatief evenwichtig over de vier regionale steden Brugge, Kortrijk, Oostende en Roeselare is verspreid, met de kleinere steden tussenin, en vooral Brugge in het noorden en Kortrijk in het zuiden als belangrijkste aantrekkingspolen. Het zuiden van de provincie staat echter ook onder toenemende invloed van de metropool Rijsel, maar de staatsgrens en het taalverschil remmen deze vooralsnog wat af.
West-Vlaanderen is de enige Vlaamse provincie die aan twee buurlanden grenst, zowel aan Frankrijk als aan Nederland.
|